Nieuw gerecht: Lasagne

Zelf lasagne maken! Dan zie je veel mensen denken dat is mij te veel werk om te doen. Nou ja het is wel wat meer werk daar hebben ze gelijk in. Maar ik heb al zo vaak lasagne gehad en dan verschillend, uit pakje, kant en klaar en vers. Maar echt geloof mij als je verse lasagne hebt gehad dan wil je nooit meer wat anders. Dan maar wat langer in de keuken staan, maar vanaf dan wil je alleen maar verse lasagne.

 

In Italië wordt lasagne aangeduid als lasagne al forno ( bladen uit de oven ). Wat leuk is aan pasta is dat je ze kan kleuren. Zo kun je groene lasagne bladeren maken met spinazie of zwarte bladeren met inktvisinkt, of rode met bessensap.

Lasagne is één van mijn favoriete pasta soorten die er zijn. Het mooiste is toch van een lasagne dat je het opschept en dat het blijft staan en niet inzakt. En daarna kun je er dan heerlijke van genieten. Voor jullie heb ik een heerlijke gerecht gemaakt voor een verse lasagne. Dit recept is gemaakt voor een kleine ovenschaal.

Ingrediënten: 

lasagnesaus

  • 1 rode ui (gesnipperd) Kijk zelf even hoeveel groente je wilt toevoegen
  • 1 wortel (fijn gesneden)
  • halve prei (fijn gesneden)
  • 2 teentjes knoflook
  • 4 eetlepels tomatenpuree
  • 250 ml water
  • 300 gram rundergehakt
  • scheut slagroom
  • oregano
  • peper en zout
  • klontje boter of scheutje olijfolie

Lasagnebladeren:

  • 200 gram bloem ( liefst Italiaans bloem 00 )
  • 2 eieren losgeklopt
  • 1 eidooier
  • Zout

Bechamelsaus:

  • 50 gram boter
  • 50 gram bloem
  • 500 ml melk
  • peper en zout
  • nootmuskaat

Overige:

  • Parmazaanse kaas (ik heb gekozen voor snippers want voor mijn gevoel zit daar meer smaak aan)

Omdat het deeg nog moet rusten kun je nu beter eerst de pasta maken voor dat je de saus gaat maken.

Meng alle ingrediënten door elkaar en kneed het tot één geheel. Als het deeg erg droog aanvoelt, spoel je even één hand af en kneed dan nog even goed door. Zo maak je je deeg weer een beetje vochtig.

Nu je deeg goed is, laat je het afgedekt één uur rusten.

Nu het deeg ligt te rusten in de koelkast kun je de lasagne saus gaan maken. Smelt de boter of laat de olijfolie in een pannetje warm worden. Voeg daar de ui aan toe en fruit het aan tot dat het glanzend begint te worden. Voeg daarna de wortel en de prei toe en bak de knoflook ongeveer één minuut mee, roer dit goed door elkaar. Zodra de wortel en de prei gaar begint te worden, voeg je het gehakt toe en bak je het gehakt gaar.  Zorg er wel voor dat je kleine stukjes gehakt hebt en niet één grote klont gehakt.

Als het gehakt gaar is, voeg je de tomatenpuree toe en roer dit goed door, laat het mengsel een minuut pruttelen op een laag vuur. Voeg daarna het water toe en een scheut slagroom, doe er ook peper en zout bij naar smaak. Laat dit op een laag vuur afgedekt nog even lekker pruttelen en roer het af en toe door. Zorg er wel voor dat er altijd een beetje vocht in blijft zitten anders wordt je vlees droog. Als je vlees droog wordt voeg dan weer wat water toe. Voeg als laatst wat oregano toe naar smaak en laat dit nog even lekker mee pruttelen.

Na het rusten maak je van je deeg een vierkant plak en zet je je pastamachine op stand 0. Nu doe je je deeg er in en rol je deeg erdoor. Als je stuk er uit is vouw je het in de lengte dubbel en voeg je het weer in je machine en draai je het deeg er weer door. Dit herhaal je paar keer en zet de stand van je machine steeds op een andere stand tot dat je de gewenste dikte hebt van je deeg. Zorg ervoor dat je pasta niet te dik is, dit is namelijk niet lekker om te eten en het duurt ook langer voor dat het gaar is tijdens het koken en bakken.

Als de dikte goed is, heb je als goed is een mooi groot plak deeg die beetje leerachtig aanvoelt. Nu kan je de plakken op maat snijden. Als goed is heb je te veel deeg voor één bak lasagne. Je kan daarna de overige deeg in een afgesloten bak invriezen zodat je de volgende keer niet opnieuw een hele deeg hoeft te maken.

Als je de lasagne bladeren gesneden hebt, kun je ze het best op een natte doek leggen zodat ze niet blijven plakken aan je aanrecht. Zet daarna een ruime pan water met zout op en kook de bladeren kort. Dit koken hoeft echt niet langer dan 1,5 minuut per blad. Na dat je ze kort hebt gekookt leg je ze terug op de natte doek.

Voor de bechamelsaus doet u de boter in een steelpannetje en smelt je de boter. Zodra de boter is gesmolten voegt u de bloem toe. Roer de bloem goed door de boter gaar je bloem. Let er op dat je het vuur niet te hoog hebt want verbrande bloem proef je direct. Als je stukje bloem tussen je vingers wrijf en het voelt zanderig en droog aan dan is je bloem gaar. Daarna voeg je de melk toe. Let wel op dat je niet alle melk tegelijk toevoegt maar scheut voor scheut. U doet de volgende scheut pas als de vorige helemaal is opgenomen door de bloem.

Zodra alle melk is opgenomen door de bloem voeg u de peper en zout toe en de nootmuskaat. Roer het goed door elkaar en proef het wel even zodat u eventueel zelf nog peper of zout toevoegt.

Nu kun je beginnen met het opbouwen van je lasagne. Begin eerst met een lasagne blad. Doe hier bovenop je lasagnesaus en een laagje bechamelsaus. Normaal doe je de bechamelsaus als laatst maar ik doe dit er ook tussen. Herhaal dit nogmaals. Doe nu je laatste lasagneblad op je lasagne met de gehakt en bechamelsaus. Leg als laatst de Parmezaanse kaas op de lasagne en bak de lasagne in een voorverwarmd oven op 170 graden ongeveer 25 minuten gaar.

Zodra je lasagne gaar en warm is, kun je genieten van je eigen gemaakte lasagne. Ja, het kost iets meer tijd maar dan heb je wel een heerlijke zelfgemaakte lasagne. Ik zou zeggen probeer het uit en geniet er van. Als je het één keer hebt gedaan kan ik je garanderen dat je het vaker gaat maken. Eet smakelijk!

 

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*